Code voor goed houderschap

 geitenstal de Geerakkers

                                                                                   

Als verantwoord schapen- en/of geitenhouder leef ik de ‘Code voor goed houderschap schapen en geiten na.

 

Ik zal mij op vrijwillige basis houden aan de bepalingen uit deze Code. Dat betekent

concreet:

1. Ik houd mij aan geldende wetten en regels, dan wel op de ‘vertaling’ daarvan voor de

kleinschalige schapen- en geitenhouderij;

2. Ik heb voldoende kennis en ervaring verworven – of voldoende ondersteuning hierin

gezocht – over de gezondheids- en welzijnsaspecten van de diersoort die ik houd, en ik sta

open voor nieuwe inzichten;

3. Ik houd minimaal op dagelijkse basis toezicht op mijn dieren;

4. Ik voorzie mijn dieren van schoon drinkwater en voldoende ruw- en krachtvoer, van een

goede kwaliteit;

5. Ik draag zorg voor een adequate mineralenvoorziening;

6. Ik houd geen dieren afgezonderd van andere dieren – ook rammen en bokken niet;

7. Al mijn dieren hebben weidegang of een uitloop naar buiten, met uitzondering van een

eventuele stalperiode;

8. Ik draag zorg voor een op het ras afgestemde beschutting in de weide;

9. Mijn dierenweides en stallen zijn deugdelijk en veilig;

10. Ik draag zorg voor een deugdelijk en veilig transport van mijn dieren;

11. Goed ziektepreventiebeleid vormt de basis voor de gezondheid van mijn dieren;

12. Ik ben transparant over de gezondheidsstatus van mijn bedrijf;

13. Ik onderhoud een goede relatie met een kundige dierenarts;

14. Antibiotica dien ik alleen toe (cq laat ik alleen toedienen) na medische indicatie;

15. Ik draag zorg voor parasietenpreventie en waar nodig parasietenbestrijding;

16. Ik draag zorg voor een adequate vachtverzorging;

17. Ik draag zorg voor een adequate hoefverzorging;

18. Ik verplicht mij zieke dieren zo snel mogelijk te (laten) behandelen;

19. Versleten dieren en dieren met chronische ziekten of aandoeningen voer ik op tijd af, bij

uitzichtloos lijden laat ik euthanasie toepassen;

20. Mijn drachtige dieren worden niet geslacht;

21. Ik hanteer een verantwoord fokbeleid, dat recht doet aan de aard van het ras;

22. De lammeren van mijn schapen/geiten worden tot een leeftijd van minimaal 12 weken door

de moeder gezoogd (uitgezonderd lammeren van melkgeiten en melkschapen);

23. Risico’s voor de volksgezondheid in de omgang mens-dier perk ik zoveel mogelijk in;

24. Risico’s voor de volksgezondheid in de zin van voedselveiligheid perk ik zoveel mogelijk

in;

25. Ik ga verantwoord en milieubewust om met de verwerking of afvoer van mest, afvalstoffen,

bestrijdingsmiddelen en medicatie;

26. Ik verplicht mij tot het ‘verantwoord verkopen’ van mijn schapen, geiten en lammeren;

27. Ik verplicht mij tot informatieoverdracht aan de afnemers van mijn schapen, geiten en

lammeren, in het bijzonder aan beginnende schapen- en geitenhouders;

28. Ik beperkt het risico van insleep van dierziekten bij import van dieren zo veel mogelijk.

 

Toelichting

Ad 1) Ik houd mij aan geldende wetten en regels, dan wel op de ‘vertaling’ daarvan voor de

kleinschalige schapen- en geitenhouderij

Schapen- en geitenhouders die instemmen met de code voor goed houderschap, geven daarmee aan

op de hoogte te zijn van en zich te houden aan de geldende wet- en regelgeving. De belangrijkste

daarvan is de identificatie en registratie van dieren. Alle relevante wetten en regels zijn opgenomen

in de Regelwijzer van het Platform voor de kleinschalige schapen- en geitenhouders. De

Regelwijzer is te vinden op www.platform-ksg.nl. Waar nodig zijn wetten en regels ‘vertaald’ naar

toepassing in de kleinschalige schapen- en geitenhouderij, zodat de kleinschalige dierhouder kan

handelen in de geest van wet of regel.

Ad 2) Ik heb voldoende kennis en ervaring verworven – of voldoende ondersteuning hierin

gezocht – over de gezondheids- en welzijnsaspecten van de diersoort die ik houd, en ik sta

open voor nieuwe inzichten

Een goed schapen- en geitenhouder verdiept zich in de lichamelijke en geestelijke behoeften van de

diersoort die hij houdt. Beginnende dierhouders lezen zich in de materie in en doen bij vragen en

problemen een beroep op meer ervaren dierhouders. Ervaren dierhouders blijven niet star

vasthouden aan routinematig handelen, maar doen hun voordeel met voortschrijdende inzichten.

Kennis is gratis online te verwerven via: www.levendehave.nl, www.platform-ksg.nl,

www.hobbydierhouder.nl, www.minlnv.nl, www.wormenwijzer.nl, www.schapen.startpagina.nl,

www.geiten.startpagina.nl, www.schapennet.com, www.geitennet.com, www.licg.nl. Bij veel van

deze websites kan men zich inschrijven voor een gratis nieuwsbrief per e-mail. Op

www.capraovis.nl van de Gezondheidsdienst voor Dieren is betaalde informatie over schapen en

geiten te verkrijgen. Daarnaast is kennis te verwerven via vele boeken, tijdschriften en

rasverenigingen.

Ad 3) Ik houd minimaal op dagelijkse basis toezicht op mijn dieren

Dagelijks toezicht is noodzakelijk om het functioneren van de kudde en de afzonderlijke dieren

daarbinnen te kunnen waarnemen en beoordelen: rust of onrust in de koppel, graas- en

herkauwgedrag, bronstgedrag, groeps- en afzonderingsgedrag, gaten in de omheining, enzovoorts.

Door dagelijks de tijd te nemen voor een rustige kijk naar de koppel, worden kleine veranderingen

in gedrag, gezondheid en veiligheid snel waargenomen.

Ad 4) Ik voorzie mijn dieren van schoon drinkwater en voldoende ruw- en krachtvoer, van

een goede kwaliteit

Emmers, drinkbakken, nippels en automatische drinkvoorzieningen worden regelmatig goed

gereinigd. Oppervlakte-, grond- en bronwater dienen alleen als drinkvoorziening als de

waterkwaliteit aantoonbaar goed is (tests o.a. door de GD, www.gddeventer.com) en als de

waterplaats goed toegankelijk is voor de dieren. De voeding van schapen en geiten is

soortafhankelijk, rasafhankelijk en afhankelijk van de omstandigheden van de dieren (huisvesting,

leeftijd, dracht). Voor alle schapen en geiten geldt wel: langvezelig ruwvoer (gras, hooi, stro,

luzerne, etc.) is de basis van het rantsoen. Geiten die in de wei lopen, krijgen naast gras ook hooi

voor een goede penswerking. Krachtvoer wordt bij schapen en geiten alleen indien nodig

bijgevoerd, met name in de winter, aan het einde van de dracht, tijdens de lactatieperiode of bij

opgroeiende lammeren.

Aan de andere kant mag er niet overvoerd worden. Dit geld vooral voor jonge dieren en sobere

rassen.

Ad 5) Ik draag zorg voor een adequate mineralenvoorziening

Extra mineralen worden verstrekt indien nodig, afhankelijk van de voedingsomstandigheden en de

specifieke behoefte van diersoort of ras. Over het algemeen geldt: dieren die uitsluitend op ruwvoer

- 4 -

leven en oudere of conditioneel zwakkere dieren hebben een hogere mineralenbehoefte. De

koperopname van een aantal schapenrassen, waaronder de Texelaar, ligt veel hoger dan bij geiten,

waardoor deze schapen relatief snel kopervergiftiging kunnen oplopen. Zij krijgen daarom een

schapenlikblok, de overige schapenrassen en geiten een rundveelikblok. Ook een matige

verstrekking van krachtvoer kan voorzien in mineralenbehoefte. Onnodig te veel mineralen

verstrekken kan schadelijk zijn.

Ad 6) Ik houd geen dieren afgezonderd van andere dieren – ook rammen en bokken niet

Schapen en geiten zijn kuddedieren, die hechte sociale groepen vormen. Als deze dieren solitair

worden gehouden, is dat een grote aantasting van het dierenwelzijn. Eenzame geiten zullen dat met

voortdurend gemekker laten blijken en/of stoppen met eten. Eenzame schapen kwijnen weg.

Verantwoorde schapen- en geitenhouders huisvesten op zijn minst twee schapen of geiten samen.

Ook mannelijke dieren krijgen gezelschap van ten minste één soortgenoot.

Ad 7) Al mijn dieren hebben weidegang of een uitloop naar buiten, met uitzondering van een

eventuele stalperiode

Het in de buitenlucht kunnen verblijven is belangrijk voor de gezondheid en het welzijn van

schapen en geiten. Schapen- en geitenhouders die de code naleven, bieden hun dieren weidegang

en/of een uitloop naar buiten, eventueel met uitzondering van een winterse stalperiode. Tijdens de

lammertijd kunnen dieren tijdelijk volledig op stal worden gehouden.

Ad 8) Ik draag zorg voor een op het ras afgestemde beschutting in de weide

Enige vorm van onderdak, beschutting en een droge ligplaats zijn voor alle schapen en geiten

noodzakelijk. Wel zijn er per ras grote verschillen. Sobere schapenrassen zijn vooral gebaat bij

schaduwgevende bomen die hittestress voorkomen, veel geitenrassen hebben vooral een degelijke

stal tegen regen, optrekkend vocht en koude nodig.

Ad 9) Mijn dierenweides en stallen zijn deugdelijk en veilig

De weides zijn voorzien van een deugdelijke afrastering. De sterkte van het materiaal, de hoogte en

de maaswijdte van het gaas of de draadafstand zijn afgestemd op diersoort en ras. Getracht wordt te

voorkomen dat dieren met kop, hoorns of poten vast kunnen komen te zitten in het hekwerk.

Afzettingen door middel van stroomdraden mogen bij aanraking slechts een kort moment pijn

doen. In de weide bevinden zich geen gevaarlijke objecten. De dierhouder zorgt ervoor dat giftige

planten en struiken uit de weide worden verwijderd. Op

http://www.levendehave.nl/kennisbank/algemeen/giftige-planten-en-struiken staat een overzicht

van gevaarlijke begroeiing. Ook in de stal worden gevaarlijke situaties vermeden: geen gebrekkig

hekwerk, geen losse uitsteeksels, geen brede roostergroeven waar de klauwen in vast kunnen raken

en geen loodhoudende verf op houten delen in verband met vergiftigingsverschijnselen. Voer

wordt op degelijke wijze opgeslagen, zodat plaagdieren er geen toegang tot hebben en zodat

uitgebroken dieren zich er niet aan kunnen overeten. Afhankelijk van het gekozen staltype wordt

de stal op geregelde basis gereinigd. Er wordt gezorgd voor voldoende strooisel, licht en ventilatie.

Ad 10) Ik draag zorg voor een deugdelijk en veilig transport van mijn dieren

De Europese transportverordening bepaalt dat voertuigen waarin schapen of geiten worden

vervoerd deugdelijk moeten zijn. Dat betekent onder meer: voldoende ruim, geen gladde vloer,

voldoende ventilatie. Letsel en onnodig lijden van de dieren moet worden voorkomen en hun

veiligheid gegarandeerd. Dieren met en zonder hoorns worden niet tegelijkertijd vervoerd, dieren

die elkaar agressief kunnen bejegenen ook niet. Zwakke, zieke en gewonde dieren worden niet

vervoerd. Hetzelfde geldt voor hoogdrachtige dieren, dieren die pas afgelammerd hebben en

pasgeboren lammeren. Bij extreme weersomstandigheden, met name hitte, vindt ook geen transport

plaats. Meer gedetailleerde informatie over deugdelijk transport staat in de Regelwijzer op

www.platform-ksg.nl.

- 5 -

Ad 11) Goed ziektepreventiebeleid vormt de basis voor de gezondheid van mijn dieren

Voorkomen is beter dan genezen, is het uitgangspunt. Goede voeding, huisvesting en verzorging

vormen de basis. Een goed preventiebeleid doet de rest: regelmatige controle van de dieren,

hygiënisch werken, verantwoord fokbeleid, ziekte-insleep voorkomen, planmatig omweiden,

vaccinatie en ontworming waar nodig. De websites www.platform-ksg.nl en www.levendehave.nl

geven een overzicht van een aantal ernstige, aangifteplichtige ziekten. Op www.levendehave.nl

staan ook de meer gangbare ziektes, aandoeningen en kwaaltjes omschreven.

Ad 12) Ik ben transparant over de gezondheidsstatus van mijn bedrijf

Gezondheidsprogramma’s, zoals het scrapieprogramma en zwoegerprogramma (schapen) en CAE/

CL-programma (geiten), zijn vrijwillig. Verantwoorde schapen- en geitenhouders zijn transparant

over in hoeverre zij deelnemen aan dergelijke programma’s en welke gezondheidsstatus zij hieraan

ontlenen. Zij geven openheid van zaken over ziekten en aandoeningen binnen de koppel, niet alleen

over A-ziekten zoals blauwtong-, Q-koorts of brucella, maar ook over andere ziekten en

aandoeningen zoals klauwaandoeningen (bijvoorbeeld rotkreupel) en besmettingen met parasieten

(bijvoorbeeld luizen, wolschurft). Zij zijn open over vaccinatiebeleid, behandelingen en

preventieve maatregelen. Ook geven zij inzicht in (rasspecifieke) erfelijke factoren van hun dieren.

Ad 13) Ik onderhoud een goede relatie met een kundige dierenarts

De verantwoorde schapen- of geitenhouder onderhoudt een goede relatie met een dierenarts met

kennis van en ervaring met kleine herkauwers. De houder heeft de contactgegevens van zijn

dierenarts binnen handbereik. De houder weet in hoeverre hij buiten praktijkuren bij zijn dierenarts

terecht kan, en draagt zorg voor eventuele alternatieve adressen voor noodgevallen.

Ad 14) Antibiotica dien ik alleen toe (cq laat ik alleen toedienen) na medische indicatie

Een toenemende antibioticaresistentie in de dierhouderij is in de eerste plaats gevaarlijk voor

schapen en geiten zelf, maar ook mensen krijgen steeds meer te maken met diergerelateerde

besmettingen die voortkomen uit voor antibiotica resistente bacteriën. Antibiotica worden door

verantwoorde schapen- en geitenhouders alleen met de grootste terughoudendheid toegediend. Dat

houdt in: alleen op medische indicatie, niet preventief.

Ad 15) Ik draag zorg voor parasietenpreventie en waar nodig parasietenbestrijding

Geiten en schapen kunnen last hebben van allerlei parasieten zoals luizen, mijten en wormen

(longwormen, maagdarmwormen, leverbot). Goed management is gericht op de minimale inzet van

ontwormingsmiddelen en pour-on middelen. Als gebruik wel nodig is, dan wordt een juiste, niet te

lage dosering gebruikt, dit om resistentie te voorkomen. Mestonderzoek, dat via de dierenarts of

rechtstreeks via een gespecialiseerd laboratorium wordt verricht, kan het onnodig gebruik van

antiwormmiddelen voorkomen. De Animal Sciences Group van Wageningen Universiteit heeft een

website ontwikkeld waar schapenhouders zich kunnen laten adviseren over ontwormen en het

tegengaan van resistentie tegen ontwormingsmiddelen: www.wormenwijzer.nl. Verantwoorde

schapen- en geitenhouders met voldoende land hanteren vaak een omweidingsstrategie. Diverse

omweidingsstrategieënstrategiën staan vermeld op

www.levendehave.nl/kennisbank/geiten/worminfecties-bij-geiten en

www.levendehave.nl/kennisbank/schapen/worminfecties-bij-schapen . Leverbotinfecties zijn te

voorkomen of te reduceren met goed weidemanagement (waaronder drainage). Daarnaast is het

zinvol de adviezen van de Werkgroep Leverbotprognose op te volgen. De leverbotprognoses

worden elk najaar bekend gemaakt via alle relevante mediakanalen. Op www.levendehave.nl staat

uitgebreide informatie over allerlei parasieten bij schapen en geiten.

Ad 16) Ik draag zorg voor een adequate vachtverzorging

Een jaarlijkse scheerbeurt is bij schapen en angorageiten uit welzijnsoogpunt een must. Een schaap

dat niet geschoren wordt, heeft het op zomerse dagen veel te warm en kan bezwijken aan

hittestress. Ook uit oogpunt van parasietenpreventie is scheren noodzaak. Zie ook ad. 15. Voor

- 6 -

scheeradviezen zie www.levendehave.nl/kennisbank/schapen/scheren-van-schapen, voor

informatie over myiasispreventie zie www.levendehave.nl/kennisbank/schapen/myiasis-bijschapen.

Ad 17) Ik draag zorg voor een adequate hoefverzorging

De verantwoorde schapen- of geitenhouder controleert de klauwen en bijklauwtjes van zijn dieren

regelmatig, zodat op tijd bekapt kan worden en eventuele hoefproblemen in een vroeg stadium

worden onderkend. Als richtlijn voor de hoefbekapping geldt: voor schapen 2 tot 3 keer per jaar en

voor geiten 4 tot 6 keer per jaar. Dit is echter zeer afhankelijk van de natuurlijke slijtage: bij geiten

en schapen die (deels) op een verharde ondergrond lopen, slijten de hoeven sneller dan bij dieren

die hoofdzakelijk in de weide lopen. Op www.levendehave.nl/kennisbank/geiten/hoefverzorgingbij-

geiten en www.levendehave.nl/kennisbank/schapen/klauwverzorging-bij-schapen staan

bekapinstructies.

Ad 18) Ik verplicht mij zieke dieren zo snel mogelijk te (laten) behandelen

Dierenwelzijn is mede gebaseerd op het voorkomen van onnodig lijden. Zieke, zwakke en

gewonde dieren worden daarom zo snel mogelijk door de dierhouder zelf of door de dierenarts

behandeld.

Ad 19) Versleten dieren en dieren met chronische ziekten of aandoeningen voer ik op tijd af,

bij uitzichtloos lijden laat ik euthanasie toepassen

Dierenwelzijn is mede gebaseerd op het voorkomen van uitzichtloos lijden. Versleten dieren,

chronisch zieke dieren en dieren met ernstige chronische aandoeningen worden daarom afgevoerd

voor de slacht als zij daar fysiek nog gezond genoeg voor zijn. Bij dieren die te ziek of wrak zijn

voor normale afvoer wordt euthanasie toegepast.

Bij dit punt is goed overleg met de dierenarts geboden.

Ad 20) Mijn drachtige dieren worden niet geslacht

De verantwoorde schapen- en geitenhouder voorkomt dat vrouwelijke dieren die bestemd zijn voor

de slacht drachtig kunnen worden. Zij worden gescheiden gehuisvest van de ram of bok. Drachtige

schapen en geiten worden niet geslacht. Uitzondering hierop vormen noodslachtingen uit oogpunt

van dierenwelzijn.

Ad 21) Ik hanteer een verantwoord fokbeleid, dat recht doet aan de aard van het ras

In een verantwoord fokbeleid past het selecteren op onnatuurlijk grote worpen niet. Wat

‘onnatuurlijk’ is, ligt echter per ras verschillend. Verantwoord fokbeleid is in ieder geval gericht op

het zoveel mogelijk voorkomen van geboorteproblemen, flessenlammeren, inteelt en andere

problemen die zijn gerelateerd aan eenzijdig fokken.

Ad 22) De lammeren van mijn schapen/geiten worden tot een leeftijd van minimaal 12 weken

door de moeder gezoogd (uitgezonderd lammeren van melkgeiten en melkschapen)

Schapen- en geitenlammeren blijven tot een leeftijd van minimaal 12 weken bij de moeder. Tegen

die tijd hebben lammeren geen melk meer nodig en zijn zij al volledig gewend aan het eten van

ruwvoer en brok. Ook zijn zij op dat moment geestelijk rijp genoeg om gescheiden te worden van

hun moeder. Uitzondering op deze regel vormen de lammeren van melkgeiten en melkschapen, die

al direct na de geboorte of binnen enkele dagen bij de moeder worden weggehaald. Bij voorkeur

blijven zij wel in dezelfde lammergroep tot zij 12 weken oud zijn.

Ad 23 Risico’s voor de volksgezondheid in de omgang mens-dier perk ik zoveel mogelijk in

Bij de omgang tussen mens en dier wordt door de schapen- of geitenhouder een goede persoonlijke

hygiëne betracht. De houder wijst bezoekers op normale hygiënemaatregelen, zoals handen wassen

na het lammetjes aaien. Bij (een vermoeden van de) aanwezigheid van besmettelijke ziekten wordt

- 7 -

alleen het noodzakelijke bezoek (bijvoorbeeld de dierenarts) toegelaten. Goed management

voorkomt de insleep van dierziekten en zoönosen zo veel mogelijk.

Risicovolle bezoekers (personen die in contact zijn geweest met andere schapen en geiten, zoals

dierenartsen, veehandelaren en controleurs) worden niet in het weiland en de stal gelaten, of alleen

met ontsmet schoeisel.

Ad 24) Risico’s voor de volksgezondheid in de zin van voedselveiligheid perk ik zoveel

mogelijk in

De VKI (Voedsel Keten Informatie) behelst gegevens over de gezondheidsstatus, de

ziektegeschiedenis en het medicijngebruik van dieren die geslacht worden (al dan niet via

veehandelaar of verzamelplaats) en zo in de voedselketen terechtkomen. De VKI-eisen vormen de

basis van goed voedselveiligheidsmanagement. Deze eisen zijn opgenomen in de Regelwijzer van

het Platform voor de kleinschalige schapen- en geitenhouders. VKI kan op papier of elektronisch

(vanaf 1 juli 2010) worden aangeleverd. Op de website www.platform-ksg.nl staan nadere

aanwijzingen.

Ad 25) Ik ga verantwoord en milieubewust om met de verwerking of afvoer van mest,

afvalstoffen, bestrijdingsmiddelen en medicatie

Afvalstoffen, medicatie en bestrijdingsmiddelen worden zo opgeslagen dat zij niet in contact

kunnen komen met kinderen, de dieren of met het voer. Ook wordt voorkomen dat zij in water of

bodem terecht kunnen komen. Medicijnen, anti-wormmidelen en bestrijdingsmiddelen die over de

datum zijn of niet meer worden gebruikt, worden verantwoord afgevoerd. Mest wordt op

verantwoorde wijze verwerkt of afgevoerd. Wat de Meststoffenwet voor kleinschalige houders van

schapen en geiten behelst, staat in een brochure van Levende Have:

www.levendehave.nl/kennisbank/algemeen/meststoffenwet.

Ad 26) Ik verplicht mij tot het ‘verantwoord verkopen’ van mijn schapen, geiten en

lammeren

De verantwoordelijkheid van de schapen- en geitenhouder gaat verder dan het moment van

verkoop. De verkoper heeft een zekere verplichting ten aanzien van het adres waar de dieren

naartoe gaan. De verkopende dierhouder moet er vertrouwen in hebben dat de kopende partij

voldoende kennis en ervaring heeft (of bereid is die op te doen) om de dieren goed te huisvesten en

te verzorgen. Wie dat vertrouwen bij een koper mist, verkoopt zijn dieren niet. Mogelijk willen

nieuwe houders zich zelf ook aan deze Code voor goed houderschap houden, en ontstaat er

daarmee een sneeuwbaleffect van goed houderschap.

Ad 27) Ik verplicht mij tot informatieoverdracht aan de afnemers van mijn schapen, geiten

en lammeren, in het bijzonder aan beginnende schapen- en geitenhouders

Goede informatieoverdracht omvat:

aan alle kopers:

· informatie over de gezondheidsstatus van het bedrijf (zwoeger, CAE/CL, hoefproblemen,

etc.);

· informatie over de recent toegediende medicaties aan de verkochte dieren (let op

wachttijden);

· informatie over de ziektegeschiedenis en andere problemen en eigenaardigheden van de

verkochte dieren;

en daarnaast aan beginnende houders:

· deze Code voor goed houderschap schapen en geiten;

· verwijzing naar informatiebronnen;

· specifieke informatie over het ras en de individuele dieren die verkocht worden: welk type

likblok, hoeveel (bij)voeding, welke weidebeschutting en -afrastering, wanneer opstallen,

wanneer scheren, welke voorzorgsmaatregelen bij aflammeren?

28) Ik beperkt het risico van insleep van dierziekten bij import van dieren zo veel mogelijk.

- 8 -

Vanwege het risico op insleep van dierziekten moet import van dieren zeer zorgvuldig plaats

vinden. De wet- en regelgeving biedt onvoldoende waarborgen. Bovenop de van toepassing zijnde

wet- en regelgeving worden de volgende extra voorzorgsmaatregelen genomen:

· Voorafgaande aan de import wordt een zo goed mogelijk beeld verkregen van de

gezondheidssituatie van het exporterende bedrijf en de regio.

· De dieren worden voorafgaand aan de import of direct na aankomst getest op Caseous

Lymfadenitis (CL). Voor extra zekerheid kunnen deze dieren na een half jaar nogmaals

getest worden.

· Geïmporteerde dieren worden minimaal 30 dagen in quarantaine gehouden.